De woningmarkt in Regio Groningen-Assen is de laatste jaren veranderd. Regionale afstemming krijgt daarin een steeds nadrukkelijker rol. Ook is het beeld over de toekomstige woningbehoefte diffuus. Wat zijn de dominante trends en ontwikkelingen? Om dit beeld helder te krijgen is in 2015 een woningbehoefteonderzoek (WBO) voor de regio uitgevoerd. Doel van het onderzoek was om op regionaal en op gemeentelijk niveau een actueel beeld te krijgen van de vermeende vraagverschuiving in de woningbehoefte, zowel kwantitatief als kwalitatief. Wat is de omvang van de vraagverschuiving en hoe verhoudt deze zich tot de ontwikkeling van binnenstedelijke, –dorpse locaties zoals we die nu in beeld hebben? Is het
aanbod in de bestaande en nieuwbouw voldoende en passend of moeten we anticiperen op een andere vraag? Het resultaat van het onderzoek is een actuele 'foto' van de woningmarkt. Deze foto bevat een aantal prognoses over de ontwikkeling van de bevolking en huishoudens in de komende jaren. En biedt bouwstenen, conclusies en aanbevelingen om te anticiperen op de veranderende markt. Naast dit woningbehoefteonderzoek wordt twee keer per jaar een woningbouw-en woningmarkt onderzoek gepubliceerd. Deze zijn te raadplegen in publicaties.

Conclusies Woningbehoefteonderzoek

eelderwolde

  • In grote lijnen kan geconcludeerd worden dat de behoefte aan toevoeging van woningen in de RGA aanwezig blijft;
  • Binnen de RGA is vooral het stedelijk wonen in de gemeente Groningen in trek. De behoefte aan stedelijk wonen in deze gemeente zal de komende jaren alleen nog maar groeien;
  • Buiten de gemeente Groningen wordt dit minder. Het WBO laat zien dat deze groei vooral zal neerslaan in de kernen met goede voorzieningen. Kwalitatief gezien kan het onderscheid tussen stad en ommeland als volgt worden aangeduid: in de stad meer huur en rij en daarbuiten meer koop en vrij;
  • Op termijn krijgen bijna alle gemeenten te maken met een krimp van de bevolking en later nog een krimp van het aantal huishoudens (vraaguitval). Er moet slim worden gepland (vastgoedstrategie) in verband met de omslag van groei naar krimp (hobbel). Dit betekent niet dat er niet geïnvesteerd moet worden, maar dat vooral ook bewuste keuzes gemaakt moeten worden over investeringen in vastgoed;
  • Woningprogrammering dient plaats te vinden op basis van behoefte. De bestaande kernen en steden worden steeds belangrijker in het voldoen aan de woningbehoefte;
  • ‘Vinger aan de pols’ houden om te kunnen anticiperen op veranderende woningmarkt- en demografische ontwikkelingen.

Regionaal instemmingsmodel

De oorsprong van het woningbehoefteonderzoek ligt in de afspraken die in 2012 door de regionale deelnemers gemaakt zijn op het vlak van woningbouw. Deze afspraken zijn gemaakt om te zorgen dat de vraag en het aanbod van locaties in goede balans komt en blijft. Aanleiding hiervoor was de forse daling van de verkoop van woningen de jaren daarvoor en de verwachting dat de markt ook definitief veranderd is. Doel van de afspraken was meer balans aan te brengen in het aanbod van locaties, verkleining van risico’s, benutting van marktkansen en het realiseren van regionale kwaliteitsdoelstellingen op het vlak van bereikbaarheid en landschap. Deze regionale afspraken zijn gevat in het regionale instemmingsmodel. Kern van dit model is dat voor wonen en bedrijventerreinen planningslijsten zijn opgesteld. Voor volumeafwijkingen naar boven ('nieuwe woningbouwplannen') is regionale instemming nodig. Binnen dit instemmingsmodel zijn de gemeenten vrij de vastgestelde meerjarige planning en programmering ter hand te nemen en worden de stappen beschreven die vooraf regionale instemming behoeven.

Regio Groningen-Assen